In 2010 werd PLN-R14del in Nederland ontdekt. Artsen zagen al snel dat PLN een heftige ziekte was. Na een aantal jaar onderzoek was er een eerste idee voor een behandeling. Om snel een eerste behandeling te testen,werd een bestaand medicijn gebruikt met de naam eplerenone. Veel goedkoper en makkelijker dan een nieuw medicijn ontwikkelen.
Het medicijn
Eerst even de achtergrond: waarom eplerenone? In PLN-patiënten zien we littekenweefsel in het hart. Het is te vergelijken met een wond: bij het herstel van weefsel ontstaat er een litteken. In het hart gebeurt dit ook als er schade ontstaat door cellen die doodgaan of ongezond zijn. In het eerste onderzoek naar PLN bleek al dat littekenweefsel de kans op ritmestoornissen vergroot. Interessant is dat het littekenweefsel soms al aanwezig is voordat het hart slechter gaat werken. De volgorde zou dan kunnen zijn: het hart heeft kapot PLN – cellen zijn zwak en ongezond en gaan soms dood – het hart kan de schade niet repareren – er ontstaat bindweefsel – het hart gaat slecht werken. Het bindweefsel draagt dan bij aan het ontstaan van de ziekte. We weten namelijk dat bindweefsel niet samentrekt zoals hartcellen. Ook verstoort het elektrische signalen waardoor ritmestoornissen kunnen ontstaan. Misschien kun je dus PLN remmen door het ontstaan van littekenweefsel te remmen.
Eplerenone is een bestaand medicijn dat de vorming van littekenweefsel remt. Eplerenone is eigenlijk een plastablet. Het zorgt er dus voor dat je vocht kwijtraakt en dat je hart daardoor minder hard hoeft te werken. Eplerenone wordt al aan patiënten gegeven dus we weten dat het veilig is. Precies wat we zochten: een medicijn dat al toegelaten is met weinig bijwerkingen en een remmer van littekenweefsel!
Het onderzoek
Maar hoe meten we dat een medicijn de ziekte verbetert? In een klinische studie werd dit onderzocht. In dit geval willen we weten of eplerenone de ziekte voorkomt. Daarom mochten de dragers aan het begin nog geen echte symptomen hebben. Aan het einde van het onderzoek werd gekeken hoeveel dragers symptomen hadden ontwikkeld. Is de hartfunctie achteruitgegaan? Is het hart groter geworden (dilatatie)? Is het hartfilmpje verslechterd? Zijn er ritmestoornissen opgetreden? Deze uitkomsten worden dan in een grafiek gezet om te kijken of er in de loop van het onderzoek meer patiënten symptomen laten zien.
Van tevoren werd ingeschat dat er ongeveer 150 patiënten nodig waren om een effect te zien. De studie begon in 2014, maar in de loop van 2018 werd duidelijk dat de instroom van patiënten te langzaam ging. Het ging veel te lang duren voor er 150 patiënten waren. Daarom werd besloten geen patiënten meer toe te laten en het onderzoek afronden. Uiteindelijk deden 84 PLN-patiënten mee die minimaal drie jaar werden gevolgd. Uiteindelijk verschenen in 2023 de resultaten in het Europese tijdschrift voor cardiologie. Ook werden de resultaten op verschillende wetenschappelijke congressen gedeeld. Zo kwam er direct meer aandacht voor PLN.
Resultaten
Deelnemers aan het onderzoek waren tussen de 27 en 50 jaar oud en iets vaker vrouw dan man. Van elke zes patiënten was er één die al zichtbaar littekenweefsel had aan het begin. Dit was onverwacht omdat de dragers nog geen symptomen hadden. Twee op de drie dragers kreeg een of meer symptomen in de drie jaar studieduur. Dit percentage verschilde niet tussen de groep die eplerenone kreeg en de groep die placebo kreeg. Het lijkt er dus op dat eplerenone PLN niet voorkomt. Belangrijk is dat er geen heftige bijwerkingen optraden.
Lessen

Links: een stukje fibrotisch hartweefsel, rechts: een stukje gezond hartweefsel. Grote roze/rode cellen zijn hartcellen. Rechts is het blauwe weefsel gezond weefsel tussen de cellen, met in geel de cellen die dit maken. In het linkerplaatje is in blauw littekenweefsel te zien en zijn de gele cellen actief. De hartcellen worden kleiner (waardoor het hart niet goed kan pompen) en er is minder contact tussen hartcellen (kans op ritmestoornissen). Gemaakt met BioRender CC BY 4.0.
Een teleurstellende uitkomst. Toch hebben we veel geleerd van het onderzoek. Nieuw was bijvoorbeeld dat dragers zonder symptomen al best vaak littekenweefsel hadden. Dit zou ook kunnen uitleggen waarom eplerenone de ziekte niet voorkwam: er was simpelweg al te veel littekenweefsel. Het is dus belangrijk dat een nieuwe behandeling PLN echt bij de wortel aanpakt. Het onderzoek maakte ook duidelijk dat we te weinig begrijpen welke symptomen allemaal bij PLN horen. We denken nu dat er meer verschillende hartproblemen kunnen optreden dan we dachten. Het is natuurlijk belangrijk om dit te weten en mee te nemen in ander medicijnonderzoek.
Al met al een negatief resultaat, maar wel een onderzoek dat belangrijk is voor het vervolg! Het is mooi dat er al zo snel na de ontdekking van PLN een medicijn getest werd. Komende tijd volgt er hopelijk meer met een specifiekere behandeling.